Chapter 43
Hofststuk 43 van Twintig Duizend Meilen Onder Zee. Deze LibriVox opname is vrij van auteursrechten. Opname door Bart de Leeuw. Twintig Duizend Meilen Onder Zee door Gilles Verne. Hofststuk 43, De Golfstrom. Niemand onzer zal ooit het vreselijk toneel van die 20ste april vergeten. Ik heb het opgeschreven onder de indruk ene hevige gemoedsbeweging.
Later heb ik dat verhaal nog eens nagezien. Ik heb het Koenraad en de Amerikaan voorgelezen. Zij vonden het feit nauwkeurig genoeg beschreven, doch zeiden dat het de indruk nog niet genoeg teruggaf. Om zulke tafreden te schilderen zou men de pen van een onzer uit Muntens de Dichters, van de schrijverder Traveilleur de Lamère, moeten bezitten. Ik zei dat de kapitein weende toen hij de zee beschouwde. Hij was erg aangedaan.
Het was zijn tweede makker die hij sinds onze komst aan boord verloog. En welke dood. Deze vriend was verpletterd, verstikt en onkandergedrukt door de vreselijke arm van de inktvis, wellicht later tussen de ijzerharde kaken verbrijzeld. Er zou niet met zijn makkers rusten onder het kalme water in een koralen graf. Ten midden van die worsteling had de wanhoopskreet door de ongelukkige geuit mij het hart verscheurd.
De arme Fransman had zijn vreemdzorgige touw op dit ogenblik vergeten om in zijn moedertaal een laatste kreet te slaken. Ik had dus een landgenoot onder de bemanning van de nautelus, die met lichaam en ziel aan kapitein Nemo gehecht was en evenals hij de omgang met de mensen ontvluchte. Was hij de enige Fransman in die vreemdzorgige vereniging, die duidelijk uit mensen van verschillende landen was samengesteld?
Dit was nog een van die onoplosbare razels, welke mij zonder ophouden voor de geest kwamen. Kapitein Nemo ging weer naar zijn kamer en gedurende enige dagen zag ik hem niet. Naar het vaartuig te oordelen, waarvan hij de ziel was en dat al zijn indrukken ondervond, moest hij treurig, wanhopig zelfs en besluiteloos zijn.
De nautelus voer niet meer in bepaalde richting. Het schip kwam en ging of liet zich als een dood lichaam door de golven voortwiegen. De schroef was weer vrij en toch bediende het er zich ternauwe nood van. De kapitein voel onzeker. Hij kon de plek van de pas geleverde strijd niet verlaten, de zee die een van de zijnen verzwogen had. Zo gingen er tien dagen voorbij. Het was eerst de derde mei dat de nautelus weer in rechte lijn naar
het noorden voer, nadat wij vooraf bij het kanaal van Bahama de Lucayisse eilanden nogmaals in het gezicht hadden gehad. We volgden toen de loop van de grote zee-stroom die zijn oevers, zijn eigenaardige vissen en bijzondere temperatuur heeft. Dit is de golfstroom. Het is inderdaad een stroom die vrij te midden van de Atlantische Oceaan golft en wie zwaart er zich bijna niet met dat van de wereldzee vermengt. Het is een stroom van zoutwater, veel zouter dan dat van de omringende
oceaan. De gemiddelde diepte is een kilometer, de breedte 60 kilometer. Op sommige plaatsen bereikt de stroom in snelheid van 4 kilometer in het uur. De onverrandelijke watermassa is groter dan die van alle stromen van de aardbol bij Elkander. De oorsprong van de golfstroom, door Mori ontdekt, is in de Golf van Gascoigne. Daar vormt hij zich, hoewel er dan nog weinig verschil in warmte gaat en kleur bestaat. Hij wendt zich naar het zuiden, gaat langs de westkust
van Afrika, ziet zijn golven door de stralende zon in de verzengde luchtstreek verwarmen, stroomt dan door de Atlantische Oceaan, bereikt Cape Rock op de kust van Brazilië en verdeelt zich dan in twee takken, waarvan de ene het warme water van de zee der Antillen opneemt. Dan begint de golfstroom zijn rol te spelen door het evenwicht te herstellen tussen de verschillende temperaturen en het water van de hete luchtstreek in aanraking te brengen met het water der koudere
streken. Verhit in de Golf van Mexico, stroomt hij noordwaarts langs de kust van Noord-Amerika naar New Foutland en weikt dan oostwaarts af door toedoen van de koude stroom die uit de Devenstraat komt. Daarna gaat de golfstroom door de oceaan langs een ioxodromische lijn, verdeelt zich omstreeks 43 graden noorderbreedte in twee takken, waarvan de een door toedoen van de Noordoostbassade naar de Golf van Gasconje en de Azoren terugkeert en de ander de luchtgesteldheid op de kusten van
Ierland en Noorwegen verzacht, zelfs tot Spitsbergen doorstroomt waar de temperatuur van het water tot 4 graden daalt en dan de open poosee vormt. Het was in deze stroom dat de Nautilus op dat ogenblik voeg. Als hij het kanaal van Bahama verlaat is de golfstroom 56 kilometer breed en 350 meter diep en stroomt met een snelheid van 8 kilometer in het uur. Deze snelheid neemt geregeld af daarmate hij verder noordwaarts gaat en het is te wensen dat deze regelmatigheid blijft
bestaan want als die snelheid, zoals men wel eens heeft menen op te merken, en die richting zich wijzigde dan zou het klimaat in Europa wel eens zolang een verandering kunnen ondergaan dat de gevolgen ervan niet te berekenen zijn. Tegen de middag stond ik met Koenraad op het plat. Ik deelde hem enige bijzonderheden om Tentegolfstroom mee. Toen ik geëindigd had verzocht ik hem de hand eens in het water te steken. Koenraad deed het en was verwonderd geen enkelige waarwording
van warmte of koude te voelen. De oorzaak is, zei ik, dat de temperatuur van het water van de golfstroom als hij de Golf van Mexico verlaat bijna niet verschilt van die van ons bloed. Deze golfstroom is een grote warmte aanbrenger waardoor sommige kusten van Europa met een eeuwigdurend groen zijn bedekt. En als wij Mori mogen geloven zou deze stroom zomaar hem geheel kon benutten, hitte genoeg opleveren om een stroomijzer zo groot als de Amazon rivier of de Missouri in
voortdurende staat van gloeihitte te houden. Op dat ogenblik was de snelheid van de golfstroom 2.25 meter per seconde. De stroom is zo te onderscheiden van de omringende zee dat het op één gedwongen water als het ware over dat van de oceaan heen stroomt en dat van de golfstroom en het koudere zeewater ongelijk van hoogte is. Bovendien is het water donkerkleurig en sterk zouthoudend en steekt door de zuivere indigo kleur tegen het opringende groene zeewater
bijzonder af. De grensscheiding tussen dit water is zojuist afgebakend dat de nautulus op de hoogte van de carolina met de voorsteven in de golfstroom was terwijl de schroef nog de golven van de oceaan doorkliefde. Deze stroom sleept een ganze wereld van levende wezens met zich mee. De argonauten die in de Middellandse Zee nogal eens voorkomen, zwommen er bij grote troepen. Alle handen soorten van vissen, roggen, haaien enzovoort spartelden verder om ons heen en
nachts lichte het water van de golfstroom zo zeer dat het in licht met onze lantaaren wet ijverden, vooral als ons stormachtig weer dreigde, zoals nogal dikwijls gebeurde. De 8 mei waren wij op de hoogte van Kaap Hatteras bij de noordelijke carolina. De golfstroom is daar 300 kilometer breed en 200 meter diep. De nautulus bleef in het onzekere rondvaren. Alle werkzaamheidsschenaanborden zijn opgeheven. Ik moet bekennen dat onder zulke omstandigheden de vlucht kon gelukken. De
bewoonde kust, toch, bouwt overal een veilig toevluchtsoord aan. De zee werd onophoudelijk doorkruist door een groot aantal stoomboten die tussen New York of Boston en de Golf van Mexico dienst doen en nacht en dag bevaren door schoeners die op de Amerikaanse kust voor kustvaart worden gebruikt. We konden dus wel verwachten goed te worden ontvangen. Het was derhalve een gunstige gelegenheid, niet tegenstaande de 30 kilometer die de nautulus van de kusten der Verenigde Staten
scheiden. Een noodlottige omstandighedechte werkte de plannen van Amerikaan tegen. Het weer was zeer slecht. We waren in die streken waar stormen dik was voorkomen en de cyclonen ontstaan die door de golfstroom worden veroorzaakt. Het was in een zeker verderf lopen zich in een kleine boot op zulke zeten wagen. Ned Lent moest dit bekennen. Derhalve kropte hij zijn leed op, want hij had een hevige aanval van de heimwee waarvan de vlucht hem alleen had kunnen genezen. Meneer zei hij eens,
daar moet een einde aankomen. Ik wil eindelijk weten waar ik mij aan te houden heb. U neemt u gaat hoe langer hoe verder van land af en trekt weer naar het noorden. Toch ik verklaar u dat ik genoeg van de Zuidpool heb en ik hem niet naar de Noordpool zou volgen. Wat wilt je dan net? Want een vlucht is op het ogenblik toch onmogelijk? Ik blijf bij mijn mening. We moeten de kapitein erover spreken. Jij hebt niets gezegd toen jij in de buurt van uw land waart. Nu wil ik spreken nu
wij in de wateren van het mijnen zijn. Als ik eraan denk dat de nautelen zover weinige dagen op de hoogte van Nieuw-Schotland zal zijn en dat daar bij Newfoundland een grote golf gevonden wordt waar de Sint Laurens uitstroomt en dat die Sint Laurens mijn stroom is, de stroom van Quebec, mijn geboorte stad. En als ik aan dat alles denk dan steigt mijn bloed naar het hoofd en mijn haren reizen te bergen. Kijk meneer, ik zou nog liever in zee springen dan hier blijven. Ik stik!
Het geduld van de Amerikaan was blijkbaar ten einde. Zijn krachtige natuur kon zich aan deze langdurige gevangenschap niet gewennen. Zijn gezicht veranderde bij de dag. Zijn karakter werd hoe langer hoe somberder. Ik gevoelde wat hij leiden moest want ik begon ook heimwee te krijgen. We waren bijna zeven maanden verlopen zonder dat wij iets van het land hadden gehoord. Bovendien begon ik de zaken op geheel andere wijze te beschouwen nu de kapitein zich zo afzonderde en zijn
humeur, vooral zelden de strijd met de inktvissen, zo veranderd was. Ik gevoelde niet meer dezelfde geestdrift als in de eerste dagen. Wij moesten Vlaming zijn als Koenraad om zich in die toestand te schicken. Een toestand die goed was voor walvissen of andere zeebewoners. Ik geloof waardelijk dat als die goede jonge kieuwen in plaats van longa had gehad, hij een uitstekende vis zou geweest zijn. Welnu meneer, he nam net toen hij zag dat ik niet antwoordde. Welnu net, wilt u dat ik een
kapitein Nemo vraag welke plannen hij met ons heeft? Ja meneer. En dit niet tegenstaande hij het al gezegd heeft? Zeker. Ik verlang een bepaalde beslissing, spreek voor mij alleen en in mijn naam als ge wilt. Maar ik ontgoed hem zelden, zelfs mijt hij mij. Een reden te meer hem op te zoeken. Ik zal hem ondervragen net. Wanneer, vroeg de Amerikaan aandringend. Zodra ik hem ontboet. Goed. Meneer Arona, wilt u dat ik hem ga opzoeken? Nee, laat mij me gaan. Morgen, vandaag, zei Netlent.
Goed, vandaag zal ik hem opzoeken antwoordde ik, daagde Amerikaan met zelf te gaan alles zou bedorven hebben. Ik bleef alleen. Toen de zaak beslist was, besloot ik het dadelijk een einde aan te maken. Ik heb liever dat iets achter de rug is dan dat het nog geschieden moet. Ik kwam weer in mijn kamer. Ik hoorde in die van de kapitein lopen. Ik mocht dus de gelegenheid van hem te spreken te krijgen niet laten ontglippen. Ik klopte aan de deur maar kreeg geen antwoord. Ik klopte nog eens en
draaide toen de kruk om. De deur ging open, ik trad binnen. De kapitein zat voor overgebogen naar de tafel en had mij niet gehoord. Besloten niet heen te gaan, voordat ik hem ondervraagd had, naderde ik. Hij hief plotseling het hoofd op, vrootste de wingbrauwen en zei op ruwentoon, gij hier, wat wilt gij? U spreekt kapitein. Maar ik ben bezig meneer, ik werk. De vrijheid die ik u geef om u af te zonderen, mag ik die zelf niet hebben? De ontvangst was niet
zeer aanmoedigend maar ik was besloten alles aan te horen ten einde alles te beantwoorden. Meneer, zei je cootjes, ik heb te spreken over een zaak die geen uitstel leidt. Welke meneer, vroeg hij op spottende toon, hebt gyn ontdekking gedaan die mij nog ontgaan was? Heeft de zee uw nieuwe geheimen geopenbaard? Hij was ver van de wijs, maar voordat ik kon antwoorden wees hij mij op een handschrift dat voor hem op de tafel lag. Hij zei op ernstige toon.
Hier ligt een handschrift in verschijde talen, meneer Arouna. Het behelst het overzicht van mijn studieën over de zee en zo god wil zal het niet met mij tegronden gaan. Dit handschrift, door mij ondertekend en aangevuld met de geschiedenis van mijn leven, zal in een hermetisch gesloten kistje worden geborgen. De laatste overlevende van ons aan boord van de nauteles zal het in zee werpen en dan kan het gaan waarheen de golven het voeren willen.
De naam van de man, zijn levensgeschiedenis, door hem zelf geschreven. Zijn geheim zou dus eenmaal ontsluidigd worden. Maar op dat ogenblik zag ik in die mededeling alleen een middel om het gesprek te beginnen. Kapitein, antwoordde ik, ik kan de gedachten slechts goedkeuren die u al dus doet handelen. De vrucht uur studieën moet niet verloren gaan, maar het middel dat gij daartoe aangrijpt, schijnt mij kinderachtig. Wie weet werwaard de winden dit kistje zouden heen
voeren en in welke handen het zal vallen. Zou het gij niet iets beters kunnen uitdenken? Kunt gij of kan een uur man schappen? Nooit, meneer, zei de kapitein, terwijl hij me haastig in de rede wil. Maar ik en mijn makkers zijn gereed dit handschrift te bewaren als gij ons de vrijheid hergeeft. De vrijheid? Zei kapitein Nemo, terwijl hij opstond. Ja, meneer. En het is daarover dat ik u kwam spreken. Sinds zeven maanden zijn wij bij u aan boord en nu vraag ik u heden in naam meider
makkers en van mijzelf of het uw plan is ons altijd bij u te houden. Meneer Aruna, zei kapitein Nemo, ik zal u heden hetzelfde antwoord geven als voor zeven maanden. Hij die in de nautelus komt, verlaten we hem niet meer. Het is de slavernij waartoe gij ons veroordeelt. Noem het zoals gij wilt. Maar de slaaf behoudt zich overal het recht om de vrijheid te herkrijgen. Welke ook de middelen zijn die zich daarvoor aanbieden, hij mag ze alle aangrijpen. Wie weigert u ditzelfde
recht, antwoordde kapitein Nemo. Heb ik er ooit aan gedacht u door een eet aan mij te binden? De kapitein keek mee aan terwijl hij de armen overal kanten sloeg. Meneer, zei ik, het zou nog in uur, nog in mijn smaak vallen om voor de tweedemaal op dit onderwerp terug te komen. Maar omdat we nu eenmaal mee bezig zijn kunnen wij het ten einde toe behandelen. Ik herhaal u dat hier niet alleen sprake is van mijn persoon. Voor mij is studie een hulpmiddel, een krachtige afleiding,
een wegslepend iets, een hartstocht die mij alles doet vergeten. Evenals gij ben ik iemand die garne eenzaam en vergeten leeft, in de geringe verwachting van eens aan het nageslacht de vruchten bij de studie na te laten, door middel van een kistje dat ik aan de grill van golven en wind zou toevertrouwen. In één woord ik kan u bewonderen en zonder verdriet volgen in een rol die ik sterts in sommige opzichten begrijp. Maar uw leven heeft nog andere gezichtspunten waardoor ik het
beschouw als omringd door moeilijkheden en geheimzinnigheden waarmee de mijn makkers en ik niets te maken hebben. En zelfs als ons hart voor u heeft kunnen kloppen, bewogen als het was door innige doefheid of getroffen door grootse of moedige daden, hebben wij zelfs het geringste bewijs van dit medegevoel in ons hart moeten terugdringen, een medegevoel dat het gezicht van het schone en goede in ons opwekt, het zijnit komt van een vriend of van een vijand.
Wel nu, het is dit gevoel dat wij vreemd zijn aan al wat u betreft, dat onze toestand hier onhoudbaar en onmogelijk maakt, zelfs voor mij, maar vooral onmogelijk voor Netlent. Ieder mens is waard dat men aan hem denkt, alleen omdat hij mens is. Hebt u zelf wel afgevraagd welke fraakzuchtige plannen zich naar vrijheid en afschil van slavernij in een karakter als dat van de Amerikaan kunnen doen rijpen? Wat hij kan denken, pogen, beproeven? Ik hield op. Capitain Nemel was opgestaan.
Laat Netlent al denken en beproeven wat hij wil, het kan mij niet schelen. Ik heb hem niet opgezocht. Het is niet voor mijn genoegen dat ik hem aan boord houd. Wat u betreft meneer Arona, gij zette even die mensen die alles kunnen begrijpen, zelfs het stil zwijgen. Ik heb u niets meer te antwoorden. Laat deze eerste wel dat gij mij over de zaak komt spreken ook de laatste zijn, want een tweede man zou ik u zelfs niet kunnen aanhoren. Ik ging heen. Van die dag af
was onze toestand zeer gespannen. Ik deelde ons gesprek aan mijn beide makkers mee. Nu weten we, zei Net, dat er van die man niets te hopen is. Tenauwt het dus na dat Long Island. We zullen dus vluchten, hoe het weer ook mogen zijn. Maar de lucht werd hoe langer hoe dreigender, er waren voorttekenen van een naderende orkaan. Het zwerk werd melkachtig wit, in plaats van kleine wolkjes rezen aan de gezicht zijnde dikke zwarte wolken en dreven stelvoort. De zee begon
hol te staan en grote golven te vormen. De vogels verdwenen, met uitzondering van de stormvogels. De barometer telde sterk en duidde een sterke drukking van de dampkring aan. Het mengsel in het stormglas loste op door de invloed van de elektriciteit waarmee de dampkring verzadigd was. De worsteling der elementen was aanstaande. Op de 18e mei bastte de storm los, juist toen de nautilus op de hoogte van Long Island op enige kilometers van New York was. Ik kan die strijd
ter elementen beschrijven, want in plaats van naar de diepte te gaan wilde kapitein Nemo door een overklaarbare grill de storm aan de oppervlakte trotseren. De wind woeit uit het zuidwesten. Eerst was het een flinke briefs, die met een snelheid van 15 meter in de seconde woeit. Deze vermeerde de tegen drie uren des namiddags tot 25 meter. Het was de snelheid van de storm. Kapitein Nemo bleef onvrikbaar op het plat zitten. Hij had zich op het midden van het lichaam vast
gezocht om door de grote golven die over hem heen sloegen niet weggeslagen te worden. Ik was ook op het plat komen zitten en had mij eveneens vastgebonden terwijl ik gedeeltelijk de storm, gedeeltelijk die onvergelijkelijke man bewonderde die het hoofdboot aan zulke nog kaan. De woeste zee werd door de regenvlagen gezwept. Ik zag geen van de kleine golven meer die zich in de laagte tussen twee grote gewoonlijk vormen. Niets als lange, donkerkluurige baren,
weerkruiden zich dreigend verhieven. Ze werden hoe langer hoe hoger en scheden als in woede ookander te vervolgen. Nu eens lag de nauteles opzijde, dan stond hij rechtover eind, slingende en stampte verschrikkelijk. Tegen vijf uur viel de regen bij stromen neer, door wind nog golven werden er door tot bedaring gebracht. De orkaan woede met een stelheid van 45 meter in de seconde, dat is ongeveer 160 kilometer in het uur. Als een orkaan zo hevig is,
dan werpt hij huizen om een weg, ligt taken op, verbreekt ijzeren hekken en kan zelfs 24 ponders van hun plaats brengen. En toch rechtvaardigde de nauteles in die storm het gezegde van een bekaamd scheepsbouwmeester die eens zei, er is geen goed gebouwd vaartuig dat aan de woede der zee geen weerstand kan bieden. Het was geen vaste rots waarop die golven zouden breken, maar wel een stalen spil die zich kon bewegen en aan een roer gehoorzaamde en zonder tuig of masten de woede
der elementen straffeloos kon trotseeren. Ik bekeek de vreselijke zeeën zo nauwkeurig als onze toestand dit toeliet. Ze waren tot zelfs 15 meter hoog, 150 tot 175 meter lang en rolde voort met de snelheid van 15 meter in de seconde. De watermassa en de kracht ervan nam toe met de diepte van het water. Ik begreep toen welke rol de golven speelden, daar zij lucht opnemen en die met geweld naar de diepte der zee dringen, waar zij met de
zuurstof dus het leven aanbrengen. De kracht van die golven heeft men berekend. Zij kan zich dus zelfs verheffen tot 27.000 kilogrammen op de vierkante meter wanneer zij ergens tegenaan klotsen. Het waren zulke baren die op de Hebriden een rotsblok van 48.000 kilogrammen hebben omver geworpen en die in de storm van 23 december 1864 een gedeelte van de stad Jedol omver werpen en met de snelheid van 200 kilometer in het uur die zelf de dag nog de kust van Amerika bereikten.
Gedurende de nacht dam de hevigheid van de storm nog toe. De barometer daalde, evenals in 1860 op het eiland Bourbon gedurende een cycloon tot 710 millimeter. In de schemening zag ik aan de gezichtseinder een groot schip dat met de storm worstelde. Het voer onder halve stoom om zich op de golven overrijn te houden. Waarschijnlijk was het een van de stoomboten van de lijn van New York naar Liverpool of Haveren. Het verdween weldra in de duisternis. Om tien uur zavond stond de hemel
in vuur. Vreselijke bliksemstralen doorkliefden de lucht. Er kon het schitterend licht aan de ogen niet uitstaan terwijl kapitein Nemo het zonder blikken beschouwde en als het ware de stormwind in zich opnam. Een vreselijk gebulde vervulde de lucht. Het was een garage dat ontstond door het gebrulde golven, door het geloei van de storm en het ratelen der donderslagen. De wind barste aan alle kanten tegelijk los en de cycloon die in het oosten ontstond keerde daarheen door het noorden,
westen en zuiden terug. Juist andersom als met zulke draaiende stormen in het zuidelijk halfrond het geval is. O, wat rechtvaardig die golfstrom zijn naam, het vaderland, der stormen te zijn. Hier worden die vreselijke cyclonen gevormd door het verschil in de temperatuur van de luchtlagen die boven de stromen liggen. Op de regen volgde een stroom van vuur. De regendruppels veranderde in vurige vonken. Men zou gezegd hebben dat kapitein Nemo een hemwaardige dood had willen sterven en hij
daarom gaarne door de bliksem getroffen wilde worden. Bij het ontzettend stampen en slingeren van de nautilus verhiefde ze zich in ogenblik met de voorpunt in de lucht en ik zag er evenals van een bliksemafleider tal van vonken afspringen. Doodboede en bijna machteloos kroop ik langzaam naar het luik. Ik opende het en ging naar de salon. Toen kreeg de storm zijn grootste kracht. Het was onmogelijk op de benen te blijven staan. Kapitein Nemo kwam tegenmiddernacht binnen. Ik hoorde dat
de vergarebakken vol water werden gepompt en de nautilus zonk langzaam onder het vlak der zee. Door de geopende ramen van de salon zag ik grote vissen als spokenschuw voorbij stellen. Enkele werden onder mijn ogen door de bliksem getroffen. De nautilus daalde nog altijd. Ik dacht dat wij op vijftien meter diepte in kalm water zouden zijn, maar nee, de oppervlakte was in al te heftige beweging. Wij moesten de kalmte in een diepte van vijftig meter opzoeken. Maar welke de rust?
Welke kalmte heerste ook daar? Wie zou gezegd hebben dat op dat ogenblik een orkaan woede aan de oppervlakte van de oceaan? Het einde van hoofdstuk 43