chevron_left All chapters 20.000 Mijlen onder Zee home Home

menu_book Chapter 47

from 20.000 Mijlen onder Zee by Jules Verne — automated transcript, may contain recognition errors.

Hoofdstuk 47 van Twintig Duizend Meilen Onder Zee. Deze NibriVox-opname is vrij van auteursrechten. Opname door Bart de Leeuw. Twintig Duizend Meilen Onder Zee door Jules Verne. Hoofdstuk 47.

Besluit. Dit is nu het einde van onze onderzeese reis. Wat er gedurende die nacht gebeurde, hoe de snoep uit die vreselijke maalstroom geraakte, hoe Ned Lent, Koenraad en ik uit uw afgrond gered werden, zou ik niet kunnen zeggen, toch toen ik de ogen weer opende, lag ik in de hut van een visser, op een der Lofoden-eilanden.

Mijn beide makkers stonden fris en gezond bij mij en drukte mij de handen. Wij omhelsten ook handen hartelijk. Op dit ogenblik kunnen we er nog niet aan denken om naar Frankrijk terug te keren. De middelen van gemeenschap tussen het noorden van Noorwegen en de zuidelijke streken zijn zeldzaam.

Ik moet dus wachten totdat de boot voorbij komt die twee maal in de maand geregeld naar de Noordkaap vaart. Het is dus bij de brave lieder die ons hebben opgenomen, dat ik het verhaal onzalot gevallen nog eens nalees. Het is nauwkuurig.

Geen enkel feit is vergeten, geen enkele bijzonderheid overdreven. Het is het getrouw verhaal van die onwaarschijnlijke tocht onder een element dat nog ontoegankelijk is voor de mens, doch waarin de vooruitgang de wetenschap wel eenmaal de weg zal aanwijzen. Zal men mij geloven? Ik weet het niet.

Het kan me even wel niet veel schelen. Wat ik nu kan bevestigen is dat ik recht heb te spreken over die zeeën, onder welke ik in minder dan tien maanden tijd een afstand van 80.000 kilometer heb afgelegd over die onderzee zijn reis om de aarde die mij in de grote en Indische oceaan, in de rode en middellandse zeeën, in de Atlantische oceaan en in de noordelijke en zuidelijke eiszeeën

zoveel wonderen heeft doen zien. Maar wat is er van de nauteles geworden? Heeft hij aan de maelstrom kunnen weerstand bieden? Leeft Capitain Nemo nog? Vervolgt hij onder de zee zijn vreselijke wraakoefening of is hij met het laatste zoenoffer geëindigd?

Zal de zee eens het handschrift op het strand werpen dat de geschiedenis van zijn leven bevat? Zal ik eindelijk de naam van die man te weten komen? Zal het gezonken schip ons door zijn herkomst ook zeggen tot welke naad die Capitain Nemo behoort?

Ik hoop het. Ik wens ook dat zijn krachtige machine het gewelterzee in haar een vreselijke afgrond overwonnen heeft en dat de nauteles behouden is gebleven, daar waar zoveel schepen zijn vergaan. Als dit zo is als Capitain Nemo de oceaan, zijn aangenomen vaderland nog bewoont, mogen

dan de haat in zijn woesthart zijn uitgedoofd. Mogen het aanschouwen van zoveel wonderen die geest van wraak in hem hebben vernietigd. Mogen de rechter dan plaatsgemaakt hebben voor de geleerde die voortgaat de zeeën bedaard te onderzoeken? Als zijn bestemming vreemd is, dan is hij toch ook verheven.

Heb ik dit niet bij ondervinding? Heb ik niet gedurende tien maanden zelfs op die zonderlingewijze geleefd? Op de vraag die voor 6000 jaren door de prediker gedaan is, wie heeft ooit de diepte van de afgrond kunnen peilen, hebben nu maar twee mensen het recht te antwoorden. Capitain Nemo en ik.

Het einde van hoofdstuk 47, het einde van 20.000 Meilen onder zee door Sjoeverde.

Chapter 47 of 47
CAPTIONS
Loading...